HEER, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.
Geen woord ligt op mijn tong,
of U, HEER, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren,
U legt Uw hand op mij.
Wonderlijk zoals U mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.
Hoe zou ik aan Uw aandacht ontsnappen,
hoe aan Uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – U bent daar.
Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
ook daar zou Uw hand mij leiden,
zou Uw rechterhand mij vasthouden......Uit psalm 139
Hoe was dat nu om na drie jaren voorbereiding in een voor mij vreemd land te gaan wonen?
Met veel pijn in mijn hart nam ik afscheid van mijn zoon en schoondochter.
Tijdens de vliegreis slikte ik dapper mijn tranen weg en bij de overstap op Londen Heathrow barstte ik in tranen uit en kon niet meer stoppen.
De eerste weken zaten de tranen steeds heel hoog.
Het werk was heel indrukwekkend. Een kinderafdeling waar je geen stemmetje hoorde.
Als ze me vroegen hoe het ging, antwoordde ik dat ze me niets moesten vragen, anders ging ik huilen.
Ik had zo'n heimwee. Ik liep met verbaasde ogen rond in een vreemde wereld.
Ik voelde me opgepakt en neergeploft in een wereld die niet de mijne was.
In mij leefde Nederland. Groen, vlak, strak en voorspelbaar.
Een land, waarvan ik dacht dat er Bijbelse normen heersten.
Maar bij nader -en verrijkend inzien
waren het meer culturele geboden, dat dan ze in de Bijbel te vinden zijn.
Ik maakte me heel klein van binnen en zat in een hoekje af te wachten.
Wanneer zou het sein op groen springen en zou ik naar buiten mogen?
Gebed van mijn lieve Duitse medebewoners hielp me deze periode door..
Ik wist niet dat ze voor me baden, maar ze observeerden me vanaf de zijlijn en zagen mijn verschrikte en verdrietige ogen.
Hoe vaak fluisterde ik het liefelijke woord:
Steeg ik ten hemel – Gij zijt daar,
of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde – Gij zijt er;
nam ik vleugelen van de dageraad,
ging ik wonen aan het uiterste der zee,
ook daar zou Uw hand mij geleiden,
Uw rechterhand mij vastgrijpen.
U bent er, mijn God, U bent er. Uw Naam is immers Immanuel.
Vraag: Herken je situatie's in je eigen leven, waarin je verdwaald en alleen was?
Vraag: Herken je situatie's in je eigen leven, waarin je verdwaald en alleen was?
@Hart tot Hart.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten